zondag 05 februari 2012
Home
Vereniging OSA
Uitvoeringsorganisatie OSA
Leden
Projecten
Diensten
Nieuws
Vacatures
Personeelsaanbod
Contact


Participatienet
Margreet Muller: "eigenlijk is de WMO een positieve en stimulerende wet!" Afdrukken E-mailadres
donderdag 05 juli 2007 10:45

Biedt de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) kansen voor Welzijn en Maatschappelijke dienstverlening (MaDi)? En als dat zo is, hoe kan daar dan het beste op worden ingespeeld?

Deze vragen zullen de organisaties die rechtstreeks met de nieuwe wet te maken hebben, zichzelf veelvuldig hebben gesteld. Margreet Muller, als Programmamanager WMO Stadsdelen verantwoordelijk voor een deel van de coördinatie van de trajecten, is ervan overtuigd dat vooruitstrevende organisaties absoluut kunnen profiteren van de mogelijkheden die de WMO biedt.

“Ik ben enthousiast over de win-win die gezocht wordt in de combinatie van zorg en welzijn. Ik zie de WMO als een van de sleepboten die de container van de samenleving moet helpen keren. Net als bijvoorbeeld inburgering- en veiligheidswetten is de WMO een instrument om de sociale cohesie te bevorderen. Het leuke aan de WMO is dat burgers worden gestimuleerd om met - en voor - elkaar de kastanjes uit het vuur te halen. De insteek van ‘jongens, we leven allemaal in dezelfde maatschappij dus laten we er dan ook samen de schouders onder zetten’ is natuurlijk per definitie al positief.”

Rol van de omgeving veel groter
Dat niet alle betrokken organisaties even enthousiast reageerden op de invoering, begrijpt Margreet uiteraard ook: “Hoewel de WMO geen bezuinigingstraject is, zijn er wel duidelijke taakstellingen en budgetten aan gekoppeld. Zowel de financieringsstructuur als de onderliggende filosofie zijn radicaal anders. De AWBZ garandeerde de burger recht op zorg. Voor de WMO geldt echter vanuit de gemeente de plicht om de beperking die iemand ondervindt te helpen compenseren. Burgers kunnen er dus niet zomaar meer van uitgaan dat de overheid direct op de stoep staat als er een probleem optreedt. Veel meer dan vroeger wordt de omgeving bij de hulpverlening betrokken. Zijn er familieleden, buren of vrijwilligers die een steentje kunnen bijdragen? Mensen die het gewend waren om direct terug te vallen op geïnstitutionaliseerde hulp, hebben het daar soms moeilijk mee. En dat geldt ook voor de organisaties die de hulp aanboden en daar hun budgetten op hadden afgestemd.”

Cultuuromslag
“Welzijnsorganisaties zullen hun dienstverlening nog efficiënter in moeten richten en kritisch naar het eigen aanbod moeten kijken. Maar de WMO vraagt ook om een gemeentelijke cultuuromslag. Steeds meer trajecten zullen in de toekomst bijvoorbeeld worden aanbesteed, zodat we hopelijk goedkoper kunnen gaan werken, met behoud van kwaliteit. Door de samenwerking tussen de stadsdelen te intensiveren kan gezamenlijk een efficiencyslag worden gemaakt. Voor alle betrokkenen bestaat dus de noodzaak om te evolueren, en niet alle organisaties zien in dat ze daarbij belang kunnen hebben. Onduidelijkheid is ook een issue: wat gaat de WMO betekenen voor de producten die welzijnsorganisaties aanbieden? Ik denk dat aanbieders - samen met stadsdelen en gemeente - zullen moeten inventariseren wat er mogelijk is en welke producten iets toevoegen aan het bestaande aanbod.”

Activeren en participeren
De WMO vraagt dus om een herpositionering van de eigen organisatie. Margreet: “De rol van welzijn binnen de samenleving verandert. Welzijnsorganisaties zijn niet meer per definitie het eerste aanspreekpunt bij problemen. De wet zegt eigenlijk: een goed welzijnsaanbod is essentieel, maar het activeren van burgers is minstens even belangrijk. Sommige organisaties nemen een verdedigende houding in, en denken dat zij vanuit hun expertise weten wat het beste voor de burger is. Toch zie ik dat er een cultuuromslag op gang komt, dat de draai gemaakt wordt, dat aanbieders steeds beter in staat zijn om het belang van de burger los te zien van hun eigen belang.”

Goed opdrachtgeverschap
“Wat ook bijzonder belangrijk is, is dat de overheid zich als een goede opdrachtgever gedraagt. Veel MaDi’s worden nog betrekkelijk slecht door stadsdelen benaderd, bijvoorbeeld omdat de stadsdelen heel erg leunen op informatie die ze van de MaDi’s zelf krijgen. Die symbiotische relatie maakt het lastig om de positie van opdrachtnemer en -gever helder af te bakenen. De overheid zal zich die rol beter eigen moeten maken. Als je geen duidelijke opdracht hebt, dan kun je nooit een perfect resultaat boeken. Maar aanbieders worden vervolgens wel afgerekend op dat resultaat. Dan heb je als sociale ondernemer dus een groot probleem. Ik vind dat zeer terechte kritiek van welzijnsinstellingen.”

Kansen
Naast alle kanttekeningen, kinderziektes en verbeterpunten, biedt de WMO ook kansen. Margreet: “Door in de volle breedte in te zetten op de civil society kunnen we veel bereiken. Naast de traditionele curatieve en preventieve componenten zijn er veel meer domeinen waarop we gezamenlijk resultaatgericht kunnen sturen. De signalerende functie van de samenleving is zo’n domein. Een outreachende aanpak kan veel knelpunten wegnemen. Neem nu het voorbeeld van de man die een paar weken geleden dood in zijn huis in Slotervaart is gevonden. Die lag er al vier weken. Ja, het is een wijk waar de sociale cohesie laag is, maar toch verwacht ik dat we daar als maatschappij in de toekomst misschien beter op zullen kunnen inspelen. Persoonlijk hoop ik dat MaDi en Welzijn ervoor kiezen om dingen anders te gaan doen en niet per definitie opteren voor het uitbreiden van het aanbod. Dingen anders doen is een uitdagend en creatief proces. Wat kunnen we met onze expertise? Hoe kunnen we middelen optimaal inzetten? Kunnen we een probleem eens van een andere kant benaderen? Door voor een afwijkende aanpak te kiezen, kun je uiteindelijk misschien veel betere resultaten boeken.”

Signalen vanuit de buurt
“Recent speelde er in de Diamantbuurt bijvoorbeeld een nare affaire. Bij het badhuis - een prachtig stukje oud Amsterdam - hebben maandenlang een aantal jongeren rondgehangen. Die zijn van pure verveling één gezin gaan pesten. Op de ramen tekenen, autobanden lekprikken, poep voor de deur enzovoorts. De familie heeft daar herhaaldelijk tegen gereclameerd. En die berichten zijn overal genegeerd — bij politie, bij welzijn, bij de overheid in brede zin dus. Uiteindelijk zijn de getroffen bewoners verhuisd omdat zij de situatie als onleefbaar beschouwden. In het kader van de WMO zou dat dus niet moeten kunnen gebeuren. En welzijn zou een belangrijke rol kunnen vervullen bij het voorkomen of de-escaleren van dit soort situaties. Door vroegtijdig in te spelen op signalen vanuit de buurt. En door met passende oplossingen te komen. Dat is in ieders belang: het gezin, de buurt, maar ook van de jongeren zelf, die nu in een kwaad daglicht zijn komen te staan, terwijl het misschien heel onschuldig is begonnen. Op het voorkomen van dit soort problemen zou ik als welzijnsinstelling vol willen inzetten. En dat kan, want de WMO biedt die kans!”

 


Nieuws
Nieuw toegevoegd



© Copyright  2005 OSA. | Disclaimer | Colofon.