|
“Wat is goed jongerenwerk? Daarover werd gediscussieerd.
Zoveel mogelijk jongeren binnenhalen? Of was dat verkeerd?
Seksuele voorlichting, met een kleine groep de diepte in?
Kwaliteit of kwantiteit? Wat had het meeste zin?”
- Dominique Engers,
fragment uit een sneldicht over de conferentie
Wat is goed jongerenwerk? Het is een vraag die Lodewijk Asscher aan de sector voorlegde én een vraag waarop steeds meer antwoorden worden geformuleerd. Zo publiceerde DMO recentelijk ‘Het effect van effectmeting’ (i.s.m. SJA, Dynamo, IJsterk en Uitvoeringsorganisatie OSA) en ‘Goed jongerenwerk vergt goed gesprek’ (i.s.m. HvA, Dock, Combiwel, Welzijn ZuiderAmstel en IJsterk) waarin de contouren van het nieuwe jongerenwerk worden geschetst en stapsgewijs wordt ingegaan op de veranderingen die nodig zijn om ‘jongerenwerk nieuwe stijl’ vorm te geven.
De vraag wat goed jongerenwerk nu eigenlijk inhoudt, stond ook centraal tijdens de conferentie Jongerenwerk Nieuwe Stijl die op donderdag 21 januari 2010 door Vereniging OSA en DMO werd georganiseerd. 180 jongerenwerkers, managers en beleidsmakers discussieerden in de grote zaal van het Felix Meritis over kwaliteit, kwantiteit, de waan van de dag en de toekomstvisie van morgen.
Pet die niet past
Al tijdens de opening door Astrid Rotering (DMO) werd de boel flink op scherp gezet: “Goed jongerenwerk begint bij goed opdrachtgeverschap.” Oftewel: alleen als de vraag helder is, mag van jongerenwerkorganisaties worden verwacht dat zij in die vraag voorzien. Hoewel die visie breed wordt gedeeld, gaven de jongerenwerkers zelf aan dat de politieke verwachtingen vaak (te?) hooggespannen zijn. “Je kunt niet alles op straat oplossen,” en “het accent ligt teveel op repressie, op overlastbestrijding, waardoor ik me een politieagent voel,” aldus een aanwezige.
Effectmetingen als aanjager van verandering?
De oplossing? Het eerder gememoreerde ‘goede gesprek’ biedt in ieder geval kansen om vraag en aanbod beter in balans te brengen. Maar ook effectmetingen kunnen daar een impuls aan geven. Wat kan het jongerenwerk bereiken? Welke bredere maatschappelijke effecten zijn realistisch? En hoe kunnen die effecten, die volgens de meeste jongerenwerkers redelijk evident zijn, overtuigend worden gepresenteerd aan een sceptische ‘buitenwereld’? Tijdens de workshop Effectmeting door Mattheus Hofland en Antoinette Kat (Uitvoeringsorganisatie OSA) onderzochten managers, jongerenwerkers en beleidsmakers aan de hand van de Social Return on Investment (SROI) methodiek hoe effectmetingen werken en geïmplementeerd kunnen worden. Opvallend: jongerenwerkers blijken te twijfelen aan de kwantitatieve insteek, die vaak de voorkeur heeft van opdrachtgever en management. Daar staat tegenover dat jongerenwerkers menen dat de effecten van hun werkzaamheden uitstekend kwalitatief en inhoudelijk onderbouwd kan worden. Wilt u meer weten over het project Effectmeting? Bekijk de film!
Uitwerken, uitdiepen, uitwisselen
Dat een ‘praktijkdemonstratie’ die discussie een impuls kan geven, bleek uit de workshop ‘Hoe toegankelijk is het jongerenwerk?’ die bij toeval was ingedeeld in de slechtst bereikbare zaal (zevende etage, nauwe steile trap) van het Frits Meritis. De, soms nog napuffende, deelnemers werden door organisatoren MEE Amstel en Zaan, Amsterdamse Vriendendiensten, Cliëntenbelang en Uitvoeringsorganisatie OSA, geconfronteerd met een documentaire waarin een jongere duidelijk geen idee had wat de vriendelijke medewerker van DWI hem probeerde te vertellen. Beroepskeuzetest? Helikopterview? Profiel? De termen gingen volledig langs de jongere heen. Op de vraag wat de deelnemers aan de jongere opviel, kwam een opvallend antwoord: “Ik ken hem!” Dit antwoord is veelzeggend, want jongeren met een licht verstandelijke handicap komen relatief vaak met het jongerenwerk in aanraking. En lang niet altijd is meteen duidelijk dat inderdaad sprake is van een beperking. De door de organisatoren ontwikkelde training, die helpt deze jongeren te signaleren en te faciliteren, mocht dan ook op enthousiaste reacties rekenen. Dat de conferentie een aanzet betekende om de gesignaleerde thema’s gezamenlijk verder uit te diepen, bleek ook tijdens de afsluitende borrel. Er werden opvallend veel kaartjes uitgewisseld! Blijkbaar zijn er ook in lastige tijden, die worden gedomineerd door toenemende concurrentie en publieke scepsis, voldoende aanknopingspunten om het gesprek met elkaar aan te gaan!
Meer weten? De uitgaven ‘Het effect van effectmetingen’ en ‘Goed jongerenwerk vergt goed gesprek’ kunnen (gratis) worden besteld bij het bedrijfsbureau van DMO (bedrijfsbureauJenO [at] dmo.amsterdam.nl) onder vermelding van naam, publicatie en het aantal gewenste exemplaren. Voor aanvullende informatie over de effectmetingen en/of de training over toegankelijker jongerenwerk, kunt u het beste een e-mail sturen aan a.kuipers [at] osa-amsterdam.nl of bellen met de OSA: 020 – 412 50 10. |